Aardlekschakelaar valt 's nachts uit: de oorzaken op een rij

KWH Elektrotechniek • 11 september 2026

Share this article

Uw stroom viel vannacht uit. Vanochtend stond de aardlekschakelaar naar beneden, u heeft hem omhoog gezet en sindsdien doet alles het weer alsof er niets is gebeurd. Geen brandlucht, geen kapot apparaat, niets bijzonders te zien. En dan gebeurt het een paar nachten later opnieuw.

Dat patroon is vervelender dan een storing die u meteen kunt naspelen, want u bent er niet bij als het misgaat. Toch zit in dat nachtelijke patroon juist de aanwijzing. Een aardlekschakelaar die alleen 's nachts uitvalt, valt uit door iets wat alleen 's nachts gebeurt. Hieronder leest u welke oorzaken dat in de praktijk zijn, hoe u de komende nachten zelf bewijs verzamelt, en op welk moment het verstandiger is om te stoppen met zoeken.

Inhoudsopgave

Waarom een nachtelijke storing anders is

Een aardlekschakelaar reageert niet op te veel stroom en ook niet op kortsluiting. Daar zijn de installatieautomaten voor, de smallere schakelaars ernaast. De aardlekschakelaar meet iets anders: hij vergelijkt de stroom die via de fasedraad naar binnen gaat met de stroom die via de nuldraad terugkomt. Zijn die twee niet gelijk, dan lekt er ergens stroom weg naar aarde. Bij een bepaalde hoeveelheid schakelt hij af.

Dat verklaart meteen waarom u overdag niets vindt. U zoekt naar een kapot apparaat, maar er is vaak niets kapot in de zin van stuk. Er lekt alleen ergens net iets te veel stroom weg, en dat gebeurt alleen onder omstandigheden die zich 's nachts voordoen: het wordt kouder, het wordt vochtiger, en er slaan apparaten aan die overdag stilstaan of waar u overdag gewoon niet op let.

Het goede nieuws is dat dit uw zoekgebied enorm verkleint. U hoeft niet uw hele huis te verdenken. U hoeft alleen te kijken naar wat er tussen tien uur 's avonds en zeven uur 's ochtends verandert.

Hoe weinig 30 milliampère eigenlijk is

In Nederlandse woningen zit standaard een aardlekschakelaar van 30 milliampère. Dat is de waarde waarbij hij uiterlijk moet afschakelen. In de praktijk gebeurt het eerder: volgens het werkingsprincipe spreekt zo'n schakelaar aan tussen de 50 en 100 procent van zijn nominale waarde, dus een 30 mA-schakelaar kan al bij 15 mA de stroom onderbreken.

Om dat in verhouding te zetten: 15 milliampère is 0,015 ampère. Een waterkoker trekt al snel 9 ampère. De hoeveelheid stroom die nodig is om uw aardlekschakelaar te laten klappen, is dus een fractie van wat één apparaat normaal gebruikt. Dat is geen ontwerpfout, dat is precies de bedoeling, want bij ongeveer die waarde wordt een stroom door een mensenlichaam gevaarlijk.

Het gevolg voor u is wel dat de marge klein is. Een beetje vocht in een buitenlamp, een verwarmingselement dat begint te slijten, een voeding die wat meer lekt dan vroeger: los is het allemaal onopvallend, samen tikt het door die grens heen.

Nog iets om te weten: de aardlekschakelaar is in Nederland sinds 1975 verplicht in nieuwe en gewijzigde woninginstallaties, en sinds 1 september 2005 schrijft de norm voor woningen met een bouwvergunning vanaf die datum voor dat het om 30 mA gaat. Diezelfde norm bepaalt dat er minimaal twee aardlekschakelaars in de kast zitten zodra er meer dan één eindgroep is, en dat er maximaal vier eindgroepen achter één aardlekschakelaar mogen hangen. Heeft u een oudere kast waarin alles achter één schakelaar hangt, dan valt bij een storing dus meteen uw hele huis uit. Dat verandert niets aan de oorzaak, maar wel aan hoe hard u het merkt.

De koelkast, de vriezer en alles wat vanzelf aanslaat

Dit is de verdachte die wij het vaakst aantreffen. Een koelkast of vriezer heeft een compressor die zichzelf aan en uit zet. Overdag valt dat niemand op, 's nachts is het vaak het enige wat in huis nog aangaat. Bij het aanslaan trekt zo'n compressor kort een piekstroom, en als het isolatiemateriaal van de motorwikkeling is verouderd, lekt er op precies dat moment een beetje stroom weg.

Kenmerkend is dat het onregelmatig is. De ene nacht gebeurt er niets, de andere nacht klapt de schakelaar er om half drie uit. Dat komt doordat de compressor niet elke nacht even vaak aanslaat, en doordat de lekstroom net rond de grens zit. In de zomer, als de koeling harder moet werken, gebeurt het vaker.

Diezelfde redenering geldt voor de vriezer in de garage of de schuur, en vooral voor de oude vriezer die daar al twaalf jaar staat. Kou en vocht in een ongeïsoleerde ruimte doen het isolatiemateriaal geen goed. Wij treffen die combinatie regelmatig aan als enige oorzaak van een storing waar de bewoner al weken naar zocht.

Condens: de oorzaak die overdag verdwijnt

's Nachts daalt de temperatuur. In buitenverlichting, in een tuinstopcontact, in een aansluitdoos onder de grond of in een armatuur tegen de gevel slaat dan vocht neer. Dat vocht vormt een geleidend laagje tussen aders en aarde, en dat is precies wat een aardlekschakelaar meet.

Wat deze oorzaak zo lastig maakt: tegen de tijd dat u wakker wordt en gaat kijken, is het vaak al weer opgedroogd. U meet niets, u vindt niets, en u concludeert dat er niets aan de hand was. De volgende koude nacht staat u weer in de meterkast.

Verdachten in deze categorie zijn tuinverlichting en grondspots, een vijverpomp, een buitenstopcontact waar het rubberen klepje van is, een kabel die ooit in de tuin is doorgegraven en provisorisch is hersteld, en verlichting in een schuur of tuinhuis. Ook een dakgoot die lekt boven een aansluitdoos geeft dit beeld. Het patroon dat u dan ziet is seizoensgebonden: in oktober en november begint het, en in het voorjaar houdt het vanzelf op.

Boiler, warmtepomp en apparaten op een timer

Veel huishoudens laten apparaten bewust 's nachts draaien, om de zonnestroom of het goedkopere tarief te benutten. Een elektrische boiler die om twee uur 's nachts opwarmt, een warmtepomp die dan op vollast gaat, een wasmachine of vaatwasser op uitgestelde start, een droger die om vijf uur begint: allemaal apparaten die u overdag nooit zult betrappen omdat u ze overdag niet aanzet.

Bij boilers en drogers is een verouderd verwarmingselement de klassieke oorzaak. Zo'n element bestaat uit een spiraal in een isolerende vulling. Krijgt die vulling na jaren scheurtjes, dan lekt er stroom naar de metalen mantel en dus naar aarde. Vaak gebeurt dat alleen bij het opwarmen, en pas als het element een bepaalde temperatuur heeft. Zet u het apparaat overdag even aan om te testen, dan draait hij meestal keurig door, want u laat hem niet lang genoeg lopen.

Loop daarom in gedachten uw hele week na: staat er iets op een timer, heeft u een apparaat met uitgestelde start ingesteld, is er een thermostaatprogramma dat 's nachts iets doet. Dat lijstje is meestal korter dan u denkt, en het is goud waard.

De laadpaal en de elektrische auto

Laadt u 's nachts een elektrische auto, dan is dat per definitie een van de weinige dingen die uren achter elkaar op vol vermogen draaien terwijl u slaapt. Daarmee is het altijd een serieuze verdachte.

Er speelt hier bovendien iets technisch. In de laadelektronica van een auto kan een gelijkstroomcomponent ontstaan. Een gewone aardlekschakelaar van het type A is volgens de productnormen getest tot een vlakke gelijkstroomcomponent van 6 milliampère. Komt er meer dan dat, dan kan zo'n type A verzadigd raken en in het ergste geval helemaal niet meer afschakelen. Daarom schrijft NEN 1010 voor laadsystemen voor elektrische voertuigen een aardlekbeveiliging van het type B voor, met een aantal uitzonderingen die van de laadpaal zelf afhangen. Sommige laadpalen hebben die bewaking namelijk ingebouwd.

Wat u daaruit kunt halen: een laadpaal die op de verkeerde beveiliging is aangesloten, kan zowel te vaak afschakelen als op het verkeerde moment juist níet afschakelen. Als uw laadpaal door een ander is geplaatst en u weet niet wat er in de kast zit, laat dat dan nakijken. Wij plaatsen laadpalen en verhelpen storingen in IJmuiden en omstreken, en dit is een van de eerste dingen waar wij naar kijken.

De optelsom die overdag net onder de grens blijft

Er bestaat geen apparaat dat nul stroom lekt. Voedingen, modems, tv's, computers en ledverlichting hebben allemaal een kleine, toegestane lekstroom. Voor draagbaar gereedschap van beschermingsklasse I ligt de norm die bij keuringen wordt gehanteerd doorgaans rond 1 milliampère per apparaat. Klein dus, maar niet nul.

Hangt er veel op één aardlekschakelaar, dan telt die achtergrondlekstroom op. Het kan zijn dat u in de loop van de jaren op 20 milliampère bent uitgekomen zonder dat u iets fout heeft gedaan. Er hoeft dan nog maar één vochtige buitenlamp bij te komen en u zit boven de grens.

Dit verklaart iets wat veel mensen verwarrend vinden: de aardlekschakelaar klapt eruit terwijl geen enkele groepsschakelaar ernaast naar beneden staat. Dat is geen defect en ook geen rare storing. Het betekent gewoon dat de lekstroom verdeeld is over meerdere groepen, waarbij geen enkele groep te veel stroom trok. Het is hetzelfde principe als bij een stopcontact dat vonkt: het verschijnsel dat u ziet is een symptoom, niet de oorzaak.

Een installateur meet dit met een lekstroomtang om de nulleider. Daarmee ziet hij hoeveel achtergrondlekstroom er staat, ook als de schakelaar op dat moment gewoon aan is. Dat is de meting die het verschil maakt tussen gokken en weten.

Als de aardlekschakelaar zelf op is

Soms is er niets mis met uw installatie en is de schakelaar zelf het probleem. Een aardlekschakelaar is een mechanisch onderdeel met een veer en een relais, en die verouderen. Een exemplaar dat twintig jaar of langer in de kast zit en nooit is getest, kan te gevoelig worden.

U herkent dit aan twee dingen. Ten eerste: de schakelaar valt uit terwijl alle groepen eronder al uit staan. Dan kan het onmogelijk aan een apparaat of aan de bedrading achter die groepen liggen. Ten tweede: de testknop, herkenbaar aan de letter T, doet niets meer of voelt slap. Die knop hoort de schakelaar direct te laten afvallen.

Er is nog een reden om naar de schakelaar zelf te kijken. Het oudste type, type AC, werkt alleen betrouwbaar bij zuiver sinusvormige lekstromen en mag sinds 1996 niet meer worden toegepast. Moderne apparatuur met schakelende voedingen levert die zuivere sinus niet. Zit er in uw kast nog zo'n oude schakelaar, dan is vervangen sowieso verstandig, los van uw nachtelijke storing.

Het nachtlogboek: wat u drie nachten noteert

Hier zit de winst die de meeste mensen laten liggen. U kunt de storing niet naspelen, maar u kunt hem wel vastleggen. Drie dingen volstaan.

Noteer het tijdstip. Kijk op een klok die op het lichtnet werkt, bijvoorbeeld de klok op de oven of de magnetron. Die is na een stroomonderbreking gaan knipperen en geeft dus aan hoe lang de stroom weg is geweest, waaruit u het moment van uitvallen kunt herleiden. Heeft u een slimme meter met een P1-uitlezing of een omvormer met een app, dan ziet u het moment daar exact.

Noteer het weer. Vroor het, regende het, was het mistig, was het de eerste koude nacht na een warme dag. Bij condens ziet u binnen een paar nachten een verband dat niet toevallig is.

Noteer wat er aanstond. Laadde de auto, stond de wasmachine op uitgestelde start, draaide de boiler, was de vriezer in de schuur vol na een boodschappendag. Zet dat naast elkaar en er ontstaat meestal binnen drie nachten een patroon.

Wilt u het echt dichttimmeren, dan haalt u één verdachte per nacht uit de lucht. Nacht één zonder laadpaal, nacht twee zonder vriezer in de schuur, nacht drie zonder tuinverlichting. Trager dan alles tegelijk uitzetten, maar u weet aan het eind wél welke het was.

Zo sluit u overdag de groepen uit

Naast het logboek kunt u overdag de groepen systematisch aflopen. Dat is dezelfde methode die bij elke aardlekstoring werkt, alleen weet u nu waar u extra op moet letten.

Zet eerst alle installatieautomaten onder de betreffende aardlekschakelaar naar beneden. Zet daarna de aardlekschakelaar omhoog. Blijft hij staan, dan is de schakelaar zelf waarschijnlijk in orde. Zet vervolgens de groepen één voor één omhoog, met een paar seconden ertussen. Klapt de aardlekschakelaar er bij een bepaalde groep meteen uit, dan zit het probleem in die groep. Haal daar alle stekkers uit en steek ze één voor één terug, en let vooral op het moment dat een apparaat daadwerkelijk gaat draaien of verwarmen.

Twee waarschuwingen daarbij. Werk niet door als u in een vochtige meterkast staat of als u beschadigde bedrading ziet. En bedenk dat u met deze methode juist de nachtelijke oorzaken vaak níet vindt, omdat de condens weg is en de boiler warm. Vindt u overdag niets, dan is dat geen bewijs dat er niets is. Het is een aanwijzing dat u in de groep met buitenvoorzieningen of in een apparaat met een tijdprogramma moet zoeken.

Wat het tijdstip u vertelt

Het exacte moment waarop het gebeurt, zegt vaak meer dan alle metingen bij elkaar. Een paar patronen die wij in de praktijk zien:

  • Steeds rond hetzelfde tijdstip, tot op de minuut: dan draait er iets op een timer of een tariefschakeling. Denk aan een boiler, een warmtepomp of een apparaat met uitgestelde start.
  • Onregelmatig door de nacht, elke keer op een ander moment: dan is het een apparaat dat zichzelf aanstuurt. Koelkast, vriezer, cv-pomp of een vijverpomp met sensor.
  • In de vroege ochtend, meestal het koudste moment van de nacht: dan wijst alles naar condens in iets wat buiten hangt of buiten staat.
  • Alleen na een regenachtige of mistige dag: vocht in een buitenaansluiting, een grondkabel of een gevelarmatuur.
  • Alleen op nachten dat de auto laadt: de laadpaal of de laadkabel.
  • Ook als alles uitstaat: dan zit het in de vaste bekabeling of in de aardlekschakelaar zelf.

Kunt u uw eigen situatie in een van deze regels herkennen, dan heeft u de oorzaak vrijwel te pakken. Herkent u zich in geen enkele, dan is dat óók informatie, want dan blijft de vaste installatie over.

Wanneer u moet stoppen met zelf zoeken

Zelf uitsluiten is prima, en vaak lost u het ermee op. Er zijn situaties waarin doorzoeken geen zin heeft of niet verstandig is.

Stop als de aardlekschakelaar ook uitvalt terwijl alle groepen eronder al naar beneden staan. Dan zit het in de vaste bekabeling of in de schakelaar zelf, en daar komt u met stekkers uittrekken niet verder.

Stop als u hem er meerdere keren achter elkaar niet meer omhoog krijgt. Blijf niet doorduwen. Een schakelaar die direct terugvalt, houdt iets tegen wat op dat moment aanwezig is.

Stop als u vocht in de meterkast ziet, als u een brandlucht ruikt, als iets warm aanvoelt of verkleurd is. En bel direct als iemand in huis een tik heeft gevoeld bij het aanraken van een apparaat of een kraan. Dat is geen kwestie van een keer resetten.

Stop ook als het inmiddels weken duurt. Een storing die blijft terugkomen, wordt zelden vanzelf beter. Een installateur meet met een lekstroomtang en een isolatiemeter in een uur wat u in weken niet vindt, omdat hij lekstroom ziet zonder dat de schakelaar hoeft af te vallen.

Tot slot een advies dat niets kost: druk twee keer per jaar op de testknop van elke aardlekschakelaar, bijvoorbeeld als de klok verandert. De schakelaar hoort dan meteen af te vallen. Doet hij dat niet, dan heeft u geen beveiliging meer, ook al ziet de kast er normaal uit.

Veelgestelde vragen

Waarom klapt de aardlekschakelaar eruit en de groep niet?

Omdat het twee verschillende beveiligingen zijn die op verschillende dingen reageren. De groepsschakelaar reageert op te veel stroom of op kortsluiting. De aardlekschakelaar reageert op stroom die naar aarde wegloopt. Lekt er over meerdere groepen samen genoeg stroom weg, dan komt geen enkele groep boven zijn eigen grens en klapt alleen de aardlekschakelaar eruit. Dat is normaal gedrag, geen defect.

Hoe weet ik of de aardlekschakelaar zelf kapot is?

Twee tests. Zet alle groepen eronder uit en zet de schakelaar omhoog. Valt hij dan nog steeds af, dan ligt het aan de schakelaar of aan de vaste bekabeling ervoor. Druk daarnaast op de testknop met de letter T. Hij hoort onmiddellijk af te vallen. Gebeurt er niets, dan is hij defect en beschermt hij u niet meer.

Is het gevaarlijk als hij 's nachts uitvalt?

Het uitvallen zelf is de veilige uitkomst, want dat is precies waarvoor de schakelaar er hangt. Gevaarlijk is de onderliggende lekstroom, zeker als die door vocht of door beschadigde isolatie wordt veroorzaakt. Zolang u de oorzaak niet kent, weet u ook niet hoe ernstig het is. Houd er bovendien rekening mee dat uw vriezer een halve nacht zonder stroom heeft gestaan.

Mag ik hem meteen weer omhoog zetten?

Eén keer resetten mag, mits u niets ruikt, niets warm voelt en er geen vocht in de kast staat. Blijft hij staan, dan is het acute probleem weg. Valt hij direct terug, zet hem dan niet opnieuw omhoog en zoek eerst uit welke groep het is. Herhaald forceren lost niets op en belast de schakelaar.

Kan een installateur de lekstroom meten terwijl alles gewoon aanstaat?

Ja, en dat is precies het voordeel. Met een lekstroomtang om de nulleider ziet hij hoeveel lekstroom er op dat moment staat, ook als de schakelaar netjes aan blijft. Staat u bijvoorbeeld al op 20 milliampère, dan weet u meteen waarom er zo weinig voor nodig is om hem te laten klappen. Met een isolatiemeting is daarnaast vast te stellen of een vaste leiding lekt.

Helpt een nieuwe groepenkast tegen dit probleem?

Vaak wel, maar niet omdat een nieuwe kast lekstroom wegneemt. Het verschil zit in de verdeling. In een moderne kast hangen er maximaal vier eindgroepen achter één aardlekschakelaar en zijn er minimaal twee aardlekschakelaars. Daardoor telt de achtergrondlekstroom minder hard op, valt bij een storing maar een deel van uw huis uit en is de oorzaak veel sneller te vinden. Zit alles bij u nog achter één schakelaar, dan is dat een goede reden om naar de kast te kijken. U ziet in onze projecten wat zo'n aanpassing in de praktijk inhoudt.

Persoonlijk advies

Valt uw aardlekschakelaar steeds 's nachts uit en komt u er met uitsluiten niet achter? Dan meten wij het gewoon voor u. Met een lekstroomtang en een isolatiemeting is meestal binnen een uur duidelijk waar het zit: een apparaat, een buitengroep, een vaste leiding of de schakelaar zelf. U weet daarna wat er moet gebeuren en wat het kost, voordat er iets wordt vervangen.

KWH Elektrotechniek werkt in IJmuiden en omstreken, waaronder Haarlem, Zandvoort, Amsterdam, Amstelveen en Schiphol-Rijk. Neem contact op en beschrijf kort wanneer het gebeurt en wat er dan aanstaat. Met uw nachtlogboek erbij zijn wij een stuk sneller klaar.

Bronnen

  • Een aardlekschakelaar van 30 mA schakelt af tussen 15 en 30 mA (aanspreken tussen 50 en 100 procent van de nominale waarde). Bron: Wikipedia, lemma Aardlekschakelaar, werkingsbeschrijving (geraadpleegd september 2026).
  • Aardlekschakelaars zijn in Nederland sinds 1975 verplicht in nieuwe en gewijzigde huisinstallaties volgens NEN 1010. Bron: Wikipedia, lemma Aardlekschakelaar, paragraaf Nederland (geraadpleegd september 2026).
  • Sinds 1 september 2005 geldt voor woningen met een bouwvergunning vanaf die datum maximaal 30 mA, minimaal twee aardlekschakelaars bij meer dan één eindgroep en maximaal vier eindgroepen per aardlekschakelaar. Bron: Wikipedia, lemma Aardlekschakelaar, paragraaf Nederland, verwijzend naar NEN 1010 (geraadpleegd september 2026).
  • Type AC mag sinds 1996 niet meer worden toegepast. Type A werkt betrouwbaar tot een vlakke gelijkstroomcomponent van 6 mA; daarboven is type B nodig. Voor oplaadsystemen voor elektrische voertuigen schrijft NEN 1010:2020 (bepaling 722.531.3.101) type B voor, met uitzonderingen. Bron: NEN, "Waarom een type B aardlekbeveiliging toepassen?", 12 januari 2023.
  • Voor draagbaar elektrisch gereedschap van beschermingsklasse I wordt bij keuringen doorgaans 1 mA als maximaal toegestane lekstroom aangehouden. Bron: Nieuwhuis Opleidingen, "Wat zijn de basisprincipes van lekstroommetingen?", toelichting bij NEN 3140 (geraadpleegd september 2026).
  • Advies om de testknop twee keer per jaar te gebruiken, bijvoorbeeld bij de wisseling van zomer- naar wintertijd. Bron: Installo.nl, "Wat te doen als de aardlekschakelaar steeds uitschakelt?", 26 juni 2025 (praktijkadvies, geen norm).

Recent Posts

Vonkend stopcontact laten nakijken door KWH Elektrotechniek in IJmuiden
door KWH Elektrotechniek 11 september 2026
Vonkt uw stopcontact? Zo ziet u het verschil tussen een onschuldige flits en echt gevaar, wat u direct moet doen en wat een elektricien erachter aantreft.